It’s the first time… (2003)

Reizen naar de Verenigde Staten was altijd al een droom geweest. Toen je klein was wist je niet beter dat in de Verenigde Staten echte cowboys en Indianen had, maar meer dan dat en dat er dat er hoge gebouwen stonden wist je niet. Je leerde op school de positie van de steden op de kaart en je had geen idee over hoe deze eruit zagen of hoe groot ze waren. We gingen vroeger gewoon naar de Veluwe of Texel. Als je mazzel had dan zat er een extra ritje naar de Efteling, Slagharen, Flevohof of een dierentuin bij. De Efteling, dat was toen nog alleen een sprookjesbos, Slagharen was met paarden en de Flevohof leek in het totaal niet op wat nu Six Flags is, of heet dat nu ook al weer anders? Je wist niet beter en de wereld was heel klein. Vliegen was nog niet aan ons besteed.   Ik heb fantastische vakanties gehad en nooit het buitenland gemist.

Na school krijg je een baan en ga je de eerste keer naar het buitenland met het vliegtuig. Toevallig op de dag dat je eerste contract niet verlengt word. Turkije was de bestemming. Aan het begin van de startbaan wordt je bij de start in je stoel gedrukt en weet je niet wat je mee maakt. Eenmaal op hoogte blijkt de ervaring niets anders dan een bus, echter wel op 10 km hoogte. Na een weekje strand weer terug naar Schiphol en dan blijkt dat vliegen ook niet alles is. Meteen na het opstijgen kom je in een onweersbui en heb je naast je eigen angsten ook een buurvrouw die je arm beurs knijpt. Zo waren we allebei geholpen. Door het knijpen was ik afgeleid en zij kon haar angst weg knijpen. Na een uurtje komen we in een rustiger luchtruim en mijn arm krijgt rust. Even voor Schiphol maakt het vliegtuig nog een bocht en ik weet zeker dat in mijn herinnering loodrecht langs de vleugel op de snelweg kon kijken. Het zal wel meegevallen zijn, maar het is de eerste en laatste keer dat ik applaudiseer als we tot rust komen op de Zwanenburgerbaan. Toch weerhoud dit mij er niet van om enige keren naar Griekenland te vliegen en naar de Engelsen in Londen die we op Kreta ontmoet hebben.

Ik heb geen rust in mijn donder dus op het strand liggen is niets voor mij. Als ik daar al ben maak ik zandkastelen, graaf een kuil en, waar het kan, snorkel ik wat. Op het werk praten we met wat collega’s over reizen en weer komt de Verenigde Staten ter sprake. Met 10 man hebben we 10000 gulden gewonnen en er is dus budget. Er worden plannen gemaakt en op het moment dat ik wil boeken haakt iedereen af. Ik had geen zin om alleen te gaan. Achteraf nogmaals een lot uit de loterij want in de planning stond dat we tussen 10 en 13 september in New York zouden zijn. Het was 2001.

Het jaar erop wederom veel plannen, veel animo, maar wederom valt bij het moment van plannen omzetten in boeken iedereen af. Voor mezelf hak ik de knoop door. Ik ga toch en boek het volgende jaar via exit-reizen een 10 daagse reis naar New York, New Orleans en San Francisco. Drie dagen per stad en 1 dag totaal voor de reizen. Dat moet toch te doen zijn (op de kaart valt het ook mee). Grote verhalen natuurlijk van wat er allemaal te doen is en wat ik kan doen, maar op het moment dat ik op Schiphol gedropt wordt en in de zeer lange rij voor de incheck balie sta, word ik toch wat stil. Tijdens het wachten, het is een jaar na de aanslagen, moet ik mijn koffer tweemaal laten controleren en eindelijk bij de balie gekomen ben ik het eigenlijk al zat. De aardige mevrouw vraagt of ik alleen ben en na mijn bevestiging krijg ik een gratis upgrade naar Economy Plus op de United vlucht naar Washington DC. Ik heb namelijk geen rechtstreekse vlucht op New York en moet in Washington overstappen.

De vlucht op zich valt mee en voor mijn gevoel ben ik met 3 keer knipperen al aan het dalen voor de landing in Washington DC. Eenmaal bij de gate zie ik sommige mensen rennen en dat lijkt me een beetje overbodig. Er zullen naast mij toch ook meerdere mensen moeten overstappen naar New York of andere bestemmingen. Ik heb bijna 2 uur en doe het op mijn gemak en volg gedwee de bordjes naar de Immigration zone. Pas daar zie ik waarom iedereen zo’n haast had. De hele hal staat vol en wacht in de rij tot een van de agents beschikbaar is. Redelijk snel (ongeveer 40 minuten) ben ik aan de beurt. Na de standaard vragen over wat ik kom doen (twee keer of het een vakantie is) wordt mijn foto genomen met een heel goedkoop digitaal cameraatje en moet ik mijn vingerafdrukken afgeven. Na een derde blik word ik toegelaten tot wat ik denk dat dit het land der onbegrensde mogelijkheden is: de Verenigde Staten van Amerika. Dit blijkt echter een neutrale zone te zijn.

Na de douane ben ik er nog niet. Ik moet nog naar New York en zal eerst mijn koffer nog moeten ophalen. Bij de bagageband aangekomen ligt mijn koffer al klaar en kan ik mijn ontdekkingstocht vervolgen. Ik zie even verderop de band waar mijn koffer weer op mag, maar kom tot de ontdekking dat er nog een douane beambte iets van me wil weten. Bij hem verklaar ik plechtig dat ik geen planten of ander eten mee heb die besmetting kunnen brengen in zijn land en na het inleveren van een formulier dat in het vliegtuig uitgedeeld was ben ik officieel toegelaten en zet ik mijn eerste vrije stappen richting bagageband waar ik mijn koffer drop. Ik kijk op de borden welke gate ik moet hebben. Dit is aan de andere kant van het vliegveld en in tegenstelling tot Schiphol kan ik niet direct van gate tot gate. Om van A naar B te komen stap je in een cabine op hele grote, hoge wielen die over de taxibanen naar een ander deel van het vliegveld rijd.

Ruim op tijd kom ik bij de gate aan, maar daar staat een vliegtuig die kopje kan duikelen in de Boeing waarmee ik net ben aangekomen. Toch maar weer controleren en hopen dat ik niet naar de andere kant van het vliegveld hoef, daar kom ik immers vandaan. Ik zit toch goed en bij het boarden blijkt dat we met de maximale bezetting, zo’n 15 man, in een learjet naar New York zullen vliegen. De overige 14, allemaal netjes in pak, blijken overheidspersoneel te zijn die in New York wonen en in Washington DC werken. Kortom, ik zit in de spitsbus.

NEW YORK

NEW ORLEANS

SAN FRANCISCO